OverMorgen: “Neem in de RES niet de energietransitie, maar het gebied als vertrekpunt”

Door: Gebiedsontwikkeling.nu / OverMorgen (Adviesbureau Duurzame Leefwereld)

Paper-Integraal-gebiedsgericht-werken-in
.
Download • 4.65MB

Ga bij het zoeken naar locaties voor wind- en zonprojecten niet primair uit van de duurzame energie die je wilt opwekken, maar kijk wat er speelt in een gebied en hoe de energietransitie daaraan kan bijdragen. Die oproep doet adviseur Marnix Brongers aan de 30 regio’s die op dit moment hun Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 uitwerken. Hij ontwikkelde hiervoor een stappenplan dat houvast biedt bij zo’n gebiedsgerichte aanpak. “Denken vanuit het gebied, in plaats van vanuit energietransitie, kan veel voordelen bieden.”

OverMorgen is het bureau dat in de conceptfase van RES Achterhoek al ernstige vraagtekens zette bij de doelstelling van de Achterhoekse gemeenten om in 2030 energieneutraal te willen zijn - Bekijk dat artikel hier

(tekst gaat verder onder afbeelding)

Marnix Brongers van OverMorgen, het bureau dat eerder al twijfels uitte over de doelstelling van de Achterhoekse gemeenten voor 2030


De Noord-Veluwe is een prachtig gebied, ingeklemd tussen de Randmeerkust, de IJssel en de Veluwe. Het kenmerkt zich door kleinschalig, cultuurhistorisch landschap, bijzondere natuur en een grote diversiteit aan flora en fauna. Hoe pas je daar windmolens en zonnepanelen in? Marnix Brongers is vanuit adviesbureau Over Morgen betrokken bij meerdere RES’en, onder andere als procesregisseur in de regio Noord-Veluwe. Hij noemt het een ‘duivels dilemma’: “Moet je de natuur en het landschap nu beschadigen om ze op lange termijn te redden van de gevolgen van klimaatverandering?’


Andersom werken

In de Noord-Veluwe worstelen de RES-partners met deze vraag, zegt Brongers. “Wij kijken hoe we hernieuwbare opwek in samenhang met andere gebiedsopgaven kunnen combineren, zonder als een olifant door de porseleinkast te gaan. Op basis daarvan komen we tot een realistisch en breed gedragen bod van 0,5 TWh. De kern is dat wij andersom werken: niet de duurzame opwek is ons vertrekpunt, maar wat er speelt in ons gebied. Welke opgaven liggen er – denk aan stikstof of landbouwtransitie – en hoe kan energietransitie daarbij een deel van de oplossing zijn? De uitdaging is om energietransitie zodanig in te zetten dat die de natuur en het landschap in je regio versterkt in plaats van verzwakt.’


Toekomstbestendige landgoederen

Dat betekent in de praktijk bijvoorbeeld dat Brongers en zijn collega’s al tijdens een pilot-RES in 2017-2018 gingen praten met de eigenaren van de historische landgoederen die in een langgerekte zone over de Noord-Veluwe verspreid liggen. Het wordt voor de eigenaren steeds moeilijker om dit cultureel erfgoed, de natuur en het landschap eromheen in stand te houden. Daarom zijn zij op zoek naar nieuwe verdienmodellen.


“Het landschap rond de landgoederen was begin vorige eeuw kleinschalig, met lange verkavelingen en bomenranden”, zegt Brongers. “Een flink deel daarvan is verdwenen, het landschap is nog steeds kleinschalig, maar toch veel opener dan voorheen. Vroeger was een landgoed een zelfvoorzienend kringloopsysteem. Dat is nu uit balans. De biodiversiteit is verminderd, de afwatering is anders, er is geen kruidenrijk grasland meer en ook het aantal houtwallen is verminderd.”


Integraal gebiedsplan

Hoe kun je de landgoederenzone toekomstbestendig maken en tegelijkertijd bijdragen aan versterking van natuur en landschap op de Veluwe? Daarvoor werkt de RES-organisatie samen met de provincie, de gemeenten, het waterschap, de landgoedeigenaren, agrariërs, natuurorganisaties, netbeheerder en andere belanghebbenden. “We zijn hierover nu in gesprek met zo’n 11 eigenaren”, legt Brongers uit. “Zij kijken bijvoorbeeld of ze hun historische landhuizen kunnen isoleren en of een deel van het gebied gebruikt kan worden gebruikt voor duurzame opwekking. Of hoe ze de oude verkaveling kunnen terugbrengen in het landschap, via houtwallen waartussen je zonnepanelen in strokenopstelling plaatst, met bloemrijke velden of kruidenrijk grasland eronder en ernaast. Zo herstel en versterk je het kleinschalige landschap, investeer je in natuur en biodiversiteit en verbeter je de bodemkwaliteit.”


“Bouw samen een verhaal voor je gebied en kijk hoe de energietransitie daar in past. Niet andersom.”

Bovendien, legt Brongers uit, biedt dit boeren een extra of alternatief verdienmodel, bijvoorbeeld door het onderhoud van de houtwallen in combinatie met de opbrengsten van de duurzame opwek. “Ook dragen zij bij aan kringlooplandbouw, klimaatadaptatie én aan energietransitie. En het kan ook nog interessant zijn voor recreatie. Zo is energietransitie niet de aanleiding, maar een onderdeel van een integraal gebiedsplan, waarmee je meerdere opgaven tegelijk aanpakt.” Hoeveel duurzame energie dit oplevert ligt – in tegenstelling tot de reguliere benadering – niet vast. Dit moet namelijk blijken uit wat binnen deze gebiedsgerichte aanpak mogelijk is.


Woningbouw en bodemdaling

Een dergelijke aanpak biedt op meer plekken kansen dan de Noord-Veluwe alleen, denkt Marnix. “In iedere regio zijn meerdere gebieden te onderscheiden en elk gebied kent zijn eigen kracht en opgaven. Op de Noord-Veluwe gaat het onder andere om behoud van natuur, landbouwtransitie, stikstof en impact van recreatie. In andere gebieden speelt een woningbouwopgave of bodemdaling. Ook daar kan energietransitie een deel van de oplossing zijn. Bouw bijvoorbeeld nieuwe huizen met meer zonnepanelen dan ze voor eigen gebruik nodig hebben. Dan leveren ze energie en combineer je woningbouw met de RES-opgave.” In een gebied met bodemdaling kun je waterpeilverhoging combineren met zon op land of met natte teelten. “Dan houd je de huizen in het gebied droog, blijft er geld over voor energiebesparende maatregelen, bied je agrariërs perspectief én wek je duurzame energie op.’


Stappenplan

Een gebiedsgerichte aanpak is maatwerk. Daarom heeft Brongers, vanuit zijn praktijkervaring, een stappenplan ontwikkeld dat daarbij houvast biedt (zie kader). ”Verken eerst, met zoveel mogelijk betrokkenen, de opgaven in een gebied. Bouw vervolgens een netwerk dat samenhangt met de dominante opgave. Als deze bijvoorbeeld het aanpakken van droogteproblematiek is, is het waterschap een logische partner.”


“Ontwikkel verder een gezamenlijke ‘taal’, zodat je elkaar verstaat en vandaaruit samen aan oplossingen kunt werken. Deel in je netwerk ook je kennis met elkaar en ga samen op zoek naar feiten: organiseer ‘joint fact finding’, zodat je precies weet waar je het over hebt en daar geen misverstanden over kunnen ontstaan.”


Vanuit een gedeeld beeld over de opgaven in een gebied kun je, gebaseerd op feiten, vervolgens samen toewerken naar een gebiedsgerichte, integrale aanpak, waar energietransitie een onderdeel van kan zijn. “Als voorbeeld: in de regio Eindhoven werken waterschappen aan beekdalherstel. Haaks op de beken stonden vroeger bomenrijen. Als je die ook laat terugkomen, ontstaat een landschap waarin je zon kunt inpassen. Zo combineer je een wateropgave met landschappelijke versterking én energietransitie.” Ten slotte moet je een slagvaardige uitvoering opzetten, bijvoorbeeld in een gebiedsgericht programma onder de Omgevingswet.

Volgens Brongers voorkom je met deze aanpak een ‘ongerichte confetti’ van duurzame projecten over het land. Bovendien verminder je weerstand in de lokale omgeving als projecten gebiedsgericht en in samenhang met andere opgaven tot stand komen. Denken vanuit het gebied, in plaats van vanuit energietransitie, kan dus veel voordelen bieden.

Sluitende businesscase Maar: levert het ook voldoende duurzame stroom op om de RES-doelstelling van 35 TWh in 2030 te halen? “Dat is een relevante vraag”, beaamt Brongers. “Maar we benutten koppelkansen, zoals rond landgoederen, bodemdaling of droogte, nog veel te weinig. Het is echt een gemiste kans als je het niet probeert, omdat je denkt dat het te weinig duurzame opwek oplevert. Ik denk eerder dat de ándere route, namelijk eerst denken vanuit energie en pas daarna vanuit het gebied, te weinig oplevert, omdat versnippering van projecten en aantasting van natuur en landschap op steeds meer weerstand stuiten naarmate zoekgebieden concreter worden. Je ziet dat nu al gebeuren.”


“We benutten koppelkansen, zoals rond landgoederen, bodemdaling of droogte, nog veel te weinig.”

En kunnen netbeheerders de projecten die op deze manier ontstaan, wel kosteneffectief aansluiten op het net? Brongers: “Inderdaad valt van één zonneveldje moeilijk een sluitende businesscase te maken. Maar als je tien van die veldjes bij elkaar hebt, telt dat toch behoorlijk op. Netbeheerders pleiten voor een programmatische aanpak, waarin je met alle partijen afspreekt wat waar en op welk moment moet gebeuren. Het is cruciaal om de netbeheerder vanaf stap 1 bij je gebiedsgerichte aanpak te betrekken en projecten, samen met deze beheerder, in de tijd te programmeren. Dan kan hij op de juiste plekken met de juiste technieken investeren en netaansluiting inplannen, ook al is het pas in 2028.”

Tijd winnen Concluderend stelt Brongers dat we haast moeten maken met de energietransitie, maar niet vanuit de waan van de dag. “De RES 1.0 is geen eindpunt, maar een begin. Soms is het goed om de tijd te nemen en eerst na te denken. Wees zorgvuldig en sla geen stappen over. Door even pas op de plaats te maken, kun je later weer versnellen. Daarmee kun je verderop in een proces juist tijd winnen. Bouw samen een verhaal voor je gebied en kijk hoe de energietransitie daar in past. Niet andersom. Het lijkt mij de enig begaanbare weg om op een verantwoorde en gedragen manier meerdere gebiedsopgaven aan te pakken én de RES-doelstellingen te halen.”

Stappenplan gebiedsgerichte aanpak

  1. Verken samen de verschillende opgaven

  2. Bouw een netwerk van relevante partners

  3. Ontwikkel een gezamenlijke taal

  4. Organiseer ‘joint fact finding’

  5. Werk een gezamenlijke gebiedsvisie uit

  6. Zet een slagvaardige uitvoering op

Het complete stappenplan vind je op de website van Over Morgen.

53 keer bekeken0 reacties